Wat is ‘straling’?

Zichtbaar en onzichtbaar licht, radiogolven, warmte, magnetische velden, etc. zijn allemaal vormen van ‘straling’. Straling vind je dus overal. Onder radioactieve of ioniserende straling verstaan we röntgenstraling, alfastraling, bètastraling, gammastraling en neutronenstraling. Die straling kan heel verschillende eigenschappen hebben. Sommige stralen laten zich tegenhouden door een beetje lucht, andere gaan dwars door dikke muren. Die eigenschappen hangen af van de soort en de golflengte van het ‘deeltje’ dat door een instabiel radioactief atoom wordt uitgezonden.

Hoe ontstaat radioactiviteit?

Atomen zijn de kleinste deeltjes van een chemisch element die niet verder deelbaar zijn langs chemische weg. Meestal zijn atomen stabiel. Om stabiel te zijn, moet er een evenwicht zijn tussen de aantallen verschillende deeltjes (protonen en neutronen) in de kern. Bij sommige atomen is dat evenwicht verstoord. Dergelijke onstabiele atomen noemt men radioactief. Ze zenden radioactieve (ioniserende) straling uit tot hun overtollige energie verdwenen is en ze weer stabiel geworden zijn. Dit proces noemt men radioactief verval.

 

Overal in de natuur komen onstabiele atomen voor: in de lucht en de bodem, maar ook in bouwmaterialen of zelfs voedingsproducten. In bepaalde streken is er meer natuurlijke radioactiviteit aanwezig dan in andere. Zo is het radioactieve radongas in de Ardennen in veel grotere mate aanwezig dan aan de kust. Ook in de streken waar de kerncentrales van Doel en Tihange zijn gevestigd, bestaat er een natuurlijke achtergrondstraling. Onze activiteiten in de kerncentrales hebben geen effect op dat stralingsniveau.

Is radioactieve straling schadelijk?

Radioactieve straling is straling met een hoge energie die vele nuttige toepassingen kent. Maar ze kan ook schade veroorzaken aan materialen en aan ons lichaam. Of radioactieve straling gevaarlijk is, hangt af van de soort straling en van de hoeveelheid straling die wordt uitgezonden door de radioactieve bron. Ook de afstand tot de stralingsbron en de duur waaraan iemand aan de straling is blootgesteld, bepaalt hoe gevaarlijk ze is. Zo is het ook met zonnestralen.

Hoe wordt radioactieve straling gemeten?

Radioactieve straling kan niet door menselijke zintuigen waargenomen worden. Deze straling waarnemen gebeurt door middel van een stralingsdetector, geigerteller genaamd.

 

De radioactiviteit in het milieu wordt gecontroleerd via het Teleradnetwerk van de federale overheid. Hiervoor staan sensoren verspreid over het hele Belgische grondgebied. De resultaten van de metingen kunnen geraadpleegd worden op de site www.telerad.fgov.be. Naast dit netwerk analyseert het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) voortdurend de radioactiviteit in de omgeving rondom de kerncentrales. Daarnaast vertrouwt ENGIE Electrabel elk jaar externe controles toe aan het StudieCentrum voor Kernenergie (SCK•CEN) in Mol. Deze monitoring bevestigt ieder jaar dat de kerncentrales van Doel en Tihange geen meetbare significante impact hebben op het milieu en de bevolking.

Hoe beschermen we onze medewerkers?

Omdat straling een gezondheidsrisico kan inhouden, is de wettelijke reglementering bijzonder streng. De evolutie van de opgelopen stralingsdosis wordt nauwgezet bijgehouden. Speciale aandacht gaat uit naar onderaannemers die al eerder werken uitvoerden in andere kerncentrales.

 

Sievert (symbool Sv) is de eenheid voor de dosis ioniserende straling waaraan een mens in een bepaalde periode is blootgesteld. Een burger mag een maximale stralingsdosis van 1 milliSievert (mSv) per jaar oplopen. Voor wie beroepshalve met straling in contact komt, bedraagt de wettelijke norm 20 mSv per jaar. Voor alle interne en externe medewerkers hanteert ENGIE Electrabel in haar kerncentrales als maximale limiet de helft van deze wettelijke dosis, m.a.w. hoogstens 10 mSv per jaar.

Wat is het verschil tussen ‘besmetting’ en ‘bestraling’?

Er zijn verschillende manieren waarop een lichaam radioactieve straling kan ontvangen. Als een stralingsbron zich buiten het lichaam bevindt, dan spreken we van externe bestraling.

 

Wanneer zich radioactieve deeltjes op de huid of in de kleding bevinden, dan wordt dat gerekend tot de categorie ‘externe besmetting’. Zo’n besmetting kan eenvoudig voorkomen worden door het dragen van een beschermend pak. Radioactieve deeltjes kunnen relatief gemakkelijk verwijderd worden door te wassen. Wanneer men dit niet zou doen, blijven de deeltjes plaatselijk straling uitzenden en zouden ze mogelijk schade kunnen aanrichten.

 

Inwendige besmetting ontstaat als radioactieve deeltjes worden ingeademd, ingeslikt of via een wondje in het bloed komen. Een inwendige radioactieve besmetting kan voorkomen worden door het gebruik van een mondmasker en het wassen van de handen voor men iets gaat eten.