Onze reactie:

De wet die de nucleaire bijdrage regelt voor de meest recente kerncentrales werd vandaag 22 december in het Parlement gestemd. Deze stemming sluit het wetgevend proces af gelinkt aan de levensduurverlenging van Doel 1 en Doel 2.

ENGIE Electrabel neemt akte van de stemming van vandaag in de Kamer, die het wetgevend proces rond de levensduurverlenging van Doel 1 en Doel 2 afsluit. De Federale Regering besliste twee jaar geleden in haar regeerakkoord om de levensduur van deze kerncentrales met 10 jaar te verlengen. Het doel van deze beslissing was: het proces van de energietransitie mogelijk maken en de bevoorradingszekerheid van het land verzekeren.

Na één jaar van rijke en geanimeerde parlementaire debatten scheppen de drie wetten vandaag een duidelijk kader. Dat kader maakt het voor ENGIE Electrabel mogelijk om lokaal 700 miljoen euro te investeren. De onderneming had zich daartoe geëngageerd.

De centrales Doel 1 en Doel 2 zijn performante industriële installaties die een stroomproductie vertegenwoordigen van 8 TWh. Hiermee dekken ze zowat 10% van het totale verbruik van het land. Centrales (nucleaire en andere) hebben geen vooraf bepaalde levensduur. In België bepaalt de wetgever de levensduur van de kerncentrales. Mits de noodzakelijke investeringen kan hun levensduur verlengd worden: Nederland heeft beslist om zijn kerncentrale in Borssele, aan de grens met België, 60 jaar lang uit te baten (verlengd met 20 jaar op 18 maart 2013 tot 31 december 2033); de Verenigde Staten hebben zelfs het voornemen om de uitbating van verschillende kerncentrales te verlengen tot 80 jaar.

Philippe Van Troeye reageert op de levensduurverlenging van de kerncentrales Doel 1 en Doel 2:

“In het kader van zijn energiebeleid, heeft België beslist om een levensduurverlenging toe te staan voor Doel 1 en Doel 2. Deze beslissing laat toe om lokaal over performante productiemiddelen te beschikken en om de bevoorradingszekerheid van het land te garanderen. De voorbije weken hebben aangetoond dat het voor een land riskant is om voor zijn bevoorradingszekerheid te rekenen op de productieparken van de buurlanden. Een strategie die steunt op invoer garandeert ook niet dat de CO2-uitstoot lokaal blijft, als we kijken naar de keuze van buurlanden om hun kolen- en bruinkoolcentrales te laten draaien.

De beslissing om de levensduur van Doel 1 en Doel 2 te verlengen, biedt perspectieven voor de bevoorradingszekerheid voor de komende jaren. Toch mag ze het dringende debat, waarvoor ENGIE Electrabel vurig pleit, over de energiestrategie voor ons land op middellange- en lange termijn niet vertragen. Vanaf 2022 zal in ons land de kernuitstap starten en een belangrijke elektriciteitsproductiecapaciteit verdwijnen. Deze realiteit is reeds gekend sinds 2003. Het is essentieel om vanaf nu de energiemix te bepalen die België wil. ENGIE Electrabel heeft als grootste groenestroom- en elektriciteitsproducent van het land reeds een gediversifieerd productiepark uitgebouwd met zowat de laagste CO2-emissies in Europa. Het is vandaag onontbeerlijk om de politieke richtingen te kennen zodat lokale investeringen kunnen worden gepland voor de komende jaren.”

22.12.2016