ENGIE Electrabel antwoordt in 10 punten

In zijn nummer van 10 maart beweert het weekblad Le Vif-L'Express dat Electrabel en de intercommunales meer dan 20 jaar een systeem hebben georganiseerd om de elektriciteit permanent te duur te factureren. ENGIE Electrabel reageerde fors op de vorm en de inhoud van dit artikel. Hierna volgen tien objectieve elementen, zodat u zelf kunt oordelen.

1. ENGIE Electrabel betreurt de manier waarop het artikel een verband legt met de zaak Publifin en de sensationele aanpak van het onderwerp. Electrabel heeft niets met de zaak Publifin te maken, niet van ver en niet van nabij, niet in het verleden en niet vandaag. Het naast elkaar plaatsen van de naam en het logo van Electrabel en die van Publifin is een opzettelijke misleiding van de lezer. ENGIE Electrabel betreurt dat.

2. ENGIE Electrabel herinnert eraan dat de beslissing om de elektriciteitsproductie en de levering van energie in België vrij te maken een politieke beslissing was. Verondersteld werd dat deze politieke beslissing de factuur van de consument zou doen dalen. Maar terwijl de energie op het ogenblik van de vrijmaking van de sector in 2007 gemiddeld 44% van de factuur vertegenwoordigde, is de energiecomponent in Wallonië vandaag nog slechts goed voor 25%. De overige 75% bestaat uit de transport- en distributiekosten, de openbaredienstverplichting en de verschillende belastingen – zoals de steun voor hernieuwbare energie.

3. Sinds de vrijmaking in 2007 is de energiecomponent (het aandeel van Electrabel in de factuur) met 25% gedaald en is zijn gewicht in de factuur letterlijk weggesmolten. En dit terwijl de totale factuur met 30% is gestegen (belastingen, transport, distributie...).

4. ENGIE Electrabel herinnert er ook aan dat het sinds 2008 in de vrijgemaakte sector meer dan 2 miljard euro als nucleaire bijdrage heeft betaald. Deze bijdrage was zelfs hoger dan de reële opbrengst van de exploitatie van de kerncentrales (studie van de CREG van 12 maart 2015).

5. In 2004-2005 heeft de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) de waarde van de netten herzien, om ze aan te passen aan de door de haar gewenste nieuwe tariefmethodologie. De CREG heeft de nieuwe waarde van de activa gevalideerd. In tegenstelling tot wat het artikel in Le Vif beweert, is er dus geen kunstmatige of fictieve verhoging van de waarde van de netten geweest om Electrabel te bevoordelen.

6. Ter herinnering, de CREG was ook belast met het bepalen van de marge die zij als billijk beschouwde voor de vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal. Het is dus verkeerd om over 'hoge winstmarges' voor de aandeelhouders van ORES te spreken en nog meer om te verklaren dat deze marges Electrabel 'zouden hebben bevoordeeld'. Electrabel ontving net als de aangesloten gemeenten dividenden in verhouding tot haar deelname.

7. In juli 2008 verplichtte een Waals decreet Electrabel om uit de distributieactiviteiten te stappen. Dit decreet bepaalde een kalender voor de geleidelijke overname van de aandelen van Electrabel door de gemeenten. Ter herinnering, noch de gemeenten noch Electrabel waren vragende partij voor deze maatregel. De aandelen van Electrabel werden gewaardeerd aan de hand van de klassieke methodes voor de bepaling van de waarde van een onderneming. Daarbij werd onder meer rekening gehouden met de netto actuele waarde van de toekomstige financiële stromen. De berekeningen werden door alle partijen uitvoerig besproken en doorgelicht.

8. In de twee andere Gewesten (Vlaanderen en Brussel) vonden soortgelijke operaties plaats. Dat gebeurde met verschillende timings en modaliteiten. De voor de waardering gebruikte methodes waren telkens objectief en klassiek en geen enkel Gewest heeft geklaagd over een benadeling tegenover de andere.

9. Het artikel stelt ook vragen over de uittreding van de overheid uit het kapitaal van Electrabel Customer Solutions (ECS). Toen ECS werd opgericht, stond de vrijmaking nog in haar kinderschoenen (en was ze in Brussel en Wallonië zelfs niet eens begonnen). De impact van de vrijmaking op de klantenportefeuille en de waarde was moeilijk voorzien. Toen de gemeenten beslisten om uit ECS te stappen, werd de waarde bepaald aan de hand van objectieve elementen – zoals de waarde van de klanten in de context van een zeer onstabiele regulering, een lage marge en een toenemende volatiliteit van de klanten.

10. Ten slotte betreurt ENGIE Electrabel, wat de vorm betreft, dat het op geen enkel ogenblik door de redactie van Le Vif geraadpleegd werd om voor de publicatie vragen over dit onderwerp te beantwoorden. Het artikel wil alleen maar veroordelen. ENGIE Electrabel vindt dat jammer, want het streeft naar een transparante communicatie over alle onderwerpen waarover het wordt aangesproken.

De Groep ENGIE, met 17.000 vakmensen in energie en diensten in België, ontwikkelt naast haar historische activiteiten initiatieven om leider van de energietransitie te worden: opslag, energie-efficiëntie, aanbod van zonne-energie voor alle klanten (ondernemingen en particulieren). ENGIE Electrabel is de grootste groene investeerder en ontwikkelaar van het land.

De onderneming betreurt dat een complexe en boeiende sector als die van de energie zo onvolledig en subjectief wordt behandeld. ENGIE Electrabel verontschuldigt zich tegenover haar klanten voor de onjuiste informatie die de ronde doet. De onderneming houdt zich op haar gebruikelijke dialoogkanalen tot hun beschikking.

10.03.2017