Investeren in een grote windturbine om te voorzien in de eigen energiebehoeften is voor uw KMO geen haalbare kaart? Dan kunt u kiezen voor een kleine windturbine met een verticale as van 30 meter hoog. Dat is een geloofwaardig alternatief, zo blijkt uit een recente studie van de UCL en de UMons. Het onderzoek paste in een partnerschap tussen ENGIE Electrabel en de Belgische universiteiten.

ENGIE Electrabel windturbine met verticale as éolienne à axe vertical jbcDe studie “Potentiel des petites éoliennes : de la météo aux électrons” (Het potentieel van kleine windturbines: van weervoorspelling tot elektronen) stond onder leiding van de professoren Chatelain (UCL), De Jaeger (UCL) en Bricteux (UMons). De studie werd gefinancierd door ENGIE Electrabel. Doel van de studie? Het potentieel onderzoeken van kleine windturbines (geïnstalleerd vermogen van minder dan 100 kW). Er werd meer bepaald gekeken naar de markt en naar de meest voor de hand liggende configuraties voor dit type windturbine in België.

“De belangrijkste reden voor dit onderzoek was de vergelijking van twee turbinetypes”, vertelt Jean-Pierre Rousseaux, Senior Project Developer Distributed Generation B2B bij ENGIE Electrabel, “zijnde:
  • de meest klassieke, met horizontale as, waarvan de schoepen in een verticaal vlak draaien;
  • de minst gebruikte, met verticale as, waarvan de schoepen in een horizontaal vlak draaien.
In theorie zullen turbines met een verticale as minder presteren omdat een van de schoepen altijd dwars op de wind staat.”

Het juiste gedrag van kleine windturbines met verticale as

De studie naar turbines van 30 meter hoog in industriezones ontkracht deze theorie. Op lagere hoogte ontmoet de wind obstakels, zoals gebouwen. Hierdoor verandert hij van richting en ontstaat er turbulentie. In dergelijke omstandigheden presteert de turbine met verticale as beter.

“De prestaties zijn inderdaad goed”, bevestigt Jean-Pierre Rousseaux. “Een kleine windturbine van 30 meter met verticale as is dus een zeer interessante optie voor industriële sites waar er beperkingen zijn voor de installatie van grote turbines. Dat kan ecologische redenen hebben – zoals de migratie van vogels – of er kan een verbod worden opgelegd door de luchtvaartcontrole.”

Maar zijn deze kleine windturbines met een lagere productie werkelijk rendabel voor een KMO?

“Hoe hoger je gaat, hoe sterker de wind”, vervolgt Jean-Pierre Rousseaux. “We zouden dus geneigd kunnen zijn om te zeggen dat hoe kleiner de turbines, hoe lager het rendement zal zijn. Maar die redenering gaat niet helemaal op. We moeten ook kijken naar de vermeden kost.

Ik verklaar me nader: KMO’s en particulieren betalen meer voor hun elektriciteit dan grote bedrijven. Elke kilowattuur die niet op het net gaat, levert dus een besparing op. Hoe meer u betaalt voor uw elektriciteit, hoe rendabeler uw kleine windturbine wordt. In de ideale situatie wordt alle door de turbine geproduceerde stroom ter plaatste verbruikt. Daarnaast moeten we ook rekening houden met de mogelijke subsidies voor KMO’s in de verschillende gewesten van het land.”

Raamakkoord met de universiteiten

Sinds 2010 werkt ENGIE samen met de acht grootste universiteiten van België: de VUB, de KU Leuven, de UGent, de UAntwerpen, de ULB, de UCL, de ULg en de UMons. Deze samenwerking steunt op twee verschillende aspecten. “In de eerste plaats onderzoek”, aldus Olivier Desclée, Head of Regulatory and Public Affairs (RAPA) Stakeholders Management bij ENGIE. “In het bijzonder naar onderwerpen die te maken hebben met de energietransitie. We stellen per onderzoekproject een gemengd team samen van universitairen en medewerkers van de Groep ENGIE. Dit team beheert het project van a tot z. Een tweede aspect heeft te maken met opleiding, rekrutering en inbreng van kennis.”

Voor elk onderzoeksproject wordt een aanbesteding uitgeschreven. Gezien de context en de meer uitgesproken politieke wil in Wallonië, werd de aanbesteding voor de kleine windturbine enkel gericht aan de vier Franstalige universiteiten. “Wij selecteren op bekwaamheid”, legt Olivier Desclée uit. “Voor de kleine windturbine leek het duo UCL-UMons ons het interessantst. Voor dit onderzoek nodigden we ook de leden van de Waalse administratie uit om deel uit te maken van het team. Samen hebben we voor dit project vooruitgang geboekt in een gemeenschappelijke denkoefening.”

09.12.2016